D-A-FRIKA-ontour

De eerste 30 dagen in Turkije!

Wat een start van ons 90 dagen durend visum in Turkije. Iets aan de late kant voor ons doen, rijden we Turkije binnen. We hebben besloten om indien mogelijk door te rijden tot aan de kust bij het plaatsje/stadje Tekirdag. Al gauw blijkt dat de wegen hier in het Noorden werkelijk van een bijzonder goede kwaliteit zijn. Desondanks vorderen we niet snel, aangezien sommige stukken weg zo enorm steil zijn, dat de DAF er met enige moeite en lage snelheid tegenop komt. Maar goed, het is heerlijk weer en dat voor begin oktober en we hebben nog even de tijd voor het donker wordt. Gedurende de eerste paar honderd kilometer door Turkije valt het ons op, hoe welvarend alles eruit ziet. De wegen, fabrieken, dorpen, inwoners en hun auto's, alles ziet er even verzorgd, kwalitatief goed onderhouden of vaak zelfs nieuw uit. Ook in de weken die volgen, bemerken en bespreken we met Turkse mensen hoe goed het hier nu gaat.

Rond half 6 rijden we Tekirdag binnen en wat een super begin van onze reis door Turkije. De stad bruist werkelijk van de mensen. Overal om ons heen is het druk. Druk met scooters, voetgangers, auto's, karren etcetera. We komen maar met moeite vooruit door het centrum, maar willen toch als het mogelijk is, eerst nog even langs een bankautomaat om enkele Turkse lira's te pinnen. Al dubbel parkerend, stoppen we even snel om aan die behoefte te voldoen en na enig manoeuvreren vinden we een plekje aan het water, bij diverse vissers ( dat lijkt tegenwoordig wel onze favoriete overnachtingslocatie) en niet te ver van de boulevard af. Na het eten lopen we de hele boulevard over en ook nu is het nog super gezellig. De temperatuur is tot zeker 22 uur zo'n graad of 21 en overal lopen de mensen nog met hun kinderen op straat. Vergelijkbaar met Italië in het hoogseizoen dus. De andere morgen worden we wakker na een licht onrustige nacht dankzij de luid converserende vissers en de beats die uit de autoradio's klinken. Afijn, we worden toch aangenaam verrast, want op het voorwiel van de truck staat een supermarkt tasje met vers brood, fruit etc als een gastvrij welkom klaar. Wie o wie zou dit voor ons hebben achtergelaten?

Nu de opening in ons 'Turkse seizoen' zo aangenaam is verlopen, besluiten we om de gehele kustroute te gaan volgen teneinde nog een staartstukje van het seizoen mee te pakken. Om die reden nemen we enkele dagen later de boot naar Çannakale. Direct na aankomst in het haventje worden we uiterst vriendelijk te woord gestaan door één van de medewerkers, die nogal positief onder de indruk is van ons huis / vervoer. We worden vlot geholpen en de boot blijkt over enkele minuten al aan te komen en binnen 30 minuten weer te vertrekken. Al met al rijden we binnen 1,5 uur de stad aan de andere zijde van het water alweer uit. We rijden langs een mega grote supermarkt de Kipa, dat zoals later zal blijken één van de veelvoorkomende supermarkten hier in Turkije is (samen met de Migros en de Tansa?). Even later vinden we een super plekje aan het water en we zetten nog maar even de stoelen onder de luifel in de zon. Al snel worden we door een groep van circa 25 jongens in de leeftijd van 11 tot 14 jaar omringd, die hun nieuwsgierigheid naar ons en onze camper niet kunnen bedwingen. Op nog geen 20 cm van ons af, omringen ze ons en communiceren rumoerig in het Turks en lachen ons hoogstwaarschijnlijk uit. Ik meld aan Mart dat 'ik er geen fuck van versta', waarop één van hen zegt: 'Maar ik wel, haha'. Het blijkt een erg aardig jochie te zijn, dat vorig jaar na 11 jaar in Nederland te hebben gewoond, naar Turkije is verhuisd. Na een gezellig praatje waarbij hij al te opdringerige vriendjes netjes van ons afhoudt en waarin hij vertelt Nederland en zijn vriendjes erg te missen, moeten ze allen weer terug naar de gymles.

Onze volgende stop is Izmir, een enorme stad met ongelooflijk veel inwoners. De drukte overvalt ons zodra we de (voor-) stad binnenrijden en het liefst zouden we direct verdergaan. We hebben echter een taak te vervullen. We moeten op zoek naar een dealer of reparateur voor onze dynamo / accu. Tijdens het rijden blijft namelijk het lampje branden, dat aangeeft dat de accu niet wordt bijgeladen. Heel vervelend, maar tsja net als bij een 'normaal huis' kampen wij ook met onderhoudsperikelen. Nadat we wederom de camper aan het water op een goede parkeerplaats hebben gezet, gaat Mart op zoek naar een garage op aanwijzing van een behulpzame voorbijganger. Het geluk is met ons, want alhoewel hij de weg niet direct kan vinden, stuit hij wel op een Bosch service punt, dat in ons geval nog veel gunstiger is aangezien de elektrische componenten in de DAF van Bosch zijn. De monteurs bieden service aan huis en komen met Mart mee om de zaak eens te bekijken. Helaas niemand die Engels, dan wel Duits spreekt, maar dat wordt opgelost door een kennis van een kennis te bellen, die wat woorden Nederlands spreekt en wordt opgetrommeld om te tolken. De dagen erna worden we overstelpt met aandacht van heel veel Turkse mensen, die in meerdere gradaties zich wel of helemaal niet verstaanbaar weten te maken (nou ja, zij maken zich wel verstaanbaar, alleen begrijpen wij er niets van). We worden uitgenodigd bij diverse mensen thuis op de thee, een vrouw bakt een cake speciaal voor ons en Mart ontvangt zijn eerste - maar zeker niet zijn laatste - Turkse zoenen van een man. Het valt ons dagelijks op hoe behulpzaam, vriendelijk en spontaan de Turkse mensen zijn.

We hebben inmiddels behoefte om ons zigeunertrekbestaan te onderbreken en voor langere tijd ergens een onderkomen te zoeken. We belanden in Kusada?? op een camping, waar we weliswaar niet een supergezellige plaats hebben, maar waar we uiteindelijk toch 2 weken lang zullen genieten van de hartelijkheid van de medewerkers, het goede weer, de gezellige toeristische drukte en de mooie wandelingen door de omgeving. Nu we hebben besloten om iets langer te blijven, gaat Mart direct fanatiek op zoek naar een goede duikschool. Hij wil graag een proefduik gaan doen en probeert om mij mee te krijgen. Na mijn ervaringen in de wateren van Tenerife, waar ik erg van het duiken heb genoten, maar ook vreselijke last van mijn oren heb gehad, hoef ik niet per sé nog een keer kopje onder te gaan. Wat een vreemde maar ook grappige ervaring is het om na bijna 18 maanden non stop samen te zijn (toch zeker zo'n 23 uur per etmaal) nu langere periodes van elkaar gescheiden te zijn. Mart stort zich na zijn proefduik met zijn bekende fanatisme op het vervolg om zo binnen een week zijn brevet te kunnen halen. Hiertoe is hij 's morgens al voor dag en dauw uit bed zodat hij met de bus mee kan rijden naar de duikschool. Pas na 14 uur komt hij moe en afgeknoedeld, maar super enthousiast weer terug. Nu moet hij nog een heel theorieboek zien door te worstelen, teneinde het schriftelijke examen over 5 dagen positief te kunnen maken. Rond een uur of 17 moet ik ‘m echt losscheuren van zijn boek om samen een lekker stuk te gaan lopen, alvorens hij na het avondeten weer met zijn neus in de boeken duikt. Gelukkig en trots keert hij de laatste dag terug met brevet en een cd vol foto's van de laatste duik, waarin hij onder water zijn brevet overhandigd heeft gekregen. We gaan dit natuurlijk vieren met een etentje in een heel sfeervol restaurantje. Ook nu kunnen we weer zonder trui of vest heerlijk buiten zitten en we genieten van typisch Turkse gerechten, waarvan de namen me helaas zijn ontschoten. We worden enorm in de watten gelegd door de obers en krijgen erg veel aandacht. Zelfs een schouder en nekmassage valt mij tussen de gerechten door ten deel. Na nog een wandeling over de boulevard, waarbij we eens een kijkje nemen waar iedere nacht de enorme herrie, die ze hier muziek noemen, vandaan komt, keren we terug naar de camper. Weer een nachtje waarbij er een poging wordt gedaan om ons tot 3 uur uit ons slaap te houden met Turkse muziek, ten gehore gebracht door een nogal vals zingende jongeman.

De bezienswaardigheden in de omgeving beperken zich tot diverse - inmiddels uitgestorven - wildwaterparken, de markt, talloze souvenirshopjes en natuurlijk Efese. Op nog geen 20 kilometer afstand van de camping en dus prima voor een leuk tochtje op de quad. Door de prachtige omgeving rijden we er vlot heen en wonder boven wonder, staan we gratis op de parkeerplaats vlakbij de ingang. Kennelijk schiet het improvisatietalent van de kassier te kort, aangezien er alleen prijzen staan aangegeven voor auto's, bussen, motoren etc, maar niet voor een quad. Na een kort stukje langs allerlei commerciële uitbaters, betreden we de oude ruïnes van Efese, een voormalig Grieks dorp. We komen middenin een voorstelling terecht, waarbij er een stuk 'theater' wordt opgevoerd met een gladiatorengevecht en overige vermakelijke onzin. Leuk, maar enigszins misplaatst probeert men ons een stuk geschiedenis mee te geven. Afijn, de honderdduizend Aziatische en Amerikaanse toeristen, die er rondlopen genieten er met volle teugen van en ook wij hebben een glimlach op ons gezicht. Alhoewel ik moet zeggen, dat na het zien van Knossos in Griekenland, de vallei van de koningen in Egypte en nog enkele andere ruïnes, deze ietwat tegen valt, blijft het leuk om in het zonnetje rond te wandelen en te genieten van de overblijfselen van wat ooit een prachtig stukje bouwwerk moet zijn geweest.

Aan alles komt een einde, zo ook aan ons verblijf op de camping. We gaan weer eens op zoek naar een stukje ruige natuur waar we wild kunnen staan. Net voorbij Didim komen we terecht bij een ongerept stuk natuur vlakbij een dorpje, waar we in ieder geval brood en water (de gevangenis is er niets bij, haha) kunnen halen. Op de top van een kleine klif kunnen we de camper zo goed als waterpas neerzetten en genieten we van het uitzicht dat we hier hebben. Na zo'n tijd op een camping met niets anders dan de katten en andere campers om ons heen, is dit dubbel en dwars genieten. Het dorp blijkt toch alleen via een zeer forse wandeling door niet al te makkelijk begaanbaar duin te bereiken, maar ach dat is goed voor onze conditie. Daarnaast biedt het winkeltje een goed assortiment aan snorkels, waar Mart wel oren naar heeft na zijn ervaringen van vorige week. We treffen het tot nu toe nog steeds met het weer, want eind oktober kunnen we nog steeds 's avonds buiten barbecueën en eten. Halverwege is het wel schemerig aan het worden, maar echt fris is het nog niet.

We wisselen in Turkije de overnachtingsplaatsen in het wild af met af en toe een camping. Zo ook vlakbij Bodrum in Gümbet. Beiden zijn we hier eerder geweest en alhoewel het nu een stuk commerciëler is dan vroeger, is het door het einde der seizoen niet overvol. Exact in het weekend dat wij er zijn, sluit de luchthaven van Bodrum voor rechtstreekse vluchten naar West Europa. Dat betekent dat de karaokebars voor de met name Engelse gasten hun deuren voor het laatst open hebben tijdens de nacht dat de wintertijd weer in gaat. Dit weekend steekt er een flinke storm op. De wind buldert overal omheen en de was, die we ophangen is door de zon en de wind binnen een uur droog. Koud is het nog steeds niet, zo'n 20 graden, maar met de wind zitten we toch niet veel buiten. We gaan daarom maar op de quad naar Bodrum toe. Midden in de wirwar van steegjes en winkeltjes worden we in het Nederlands aangesproken door een ober, die roept dat hij Hollandse kroketten en frikadellen heeft. Nou dat laten we ons natuurlijk geen 2x zeggen. Na bijna 6 maanden weg te zijn uit Nederland, is het best een feestje om weer even lekker te snacken. We genieten volop van de heerlijke frietjes met kroket en maken daarna een wandeling door de haven. 's Nachts breekt er een flink onweer los en als we 's morgens uit de camper stappen, staat een groot deel van de camping vol met flinke plassen. Een mooi moment om weer verder te gaan.

We willen op zoek naar een vliegstek in het plaatsje Ören, die we via internet hebben gezien. We zijn benieuwd of we na zoveel maanden, deze week voor het eerst weer eens onder ons scherm zullen hangen.

Roemenië en Bulgarije, land van de zigeuners of toch niet?

Het is bijna schandalig, maar ik moet bekennen dat ik tot op heden nog geen tijd vrij heb gemaakt om een stukje op onze site te schrijven. Enerzijds komt dat omdat we met name in Roemenië en Bulgarije heel veel kilometers hebben gereden en dus ook veel reisdagen hebben gehad, anderzijds omdat we toch geen internetverbinding hadden om een eventueel verhaal met foto's te kunnen plaatsen. Desalniettemin hebben we nu al 10 dagen wel een goede internetverbinding en nog steeds zijn we jullie een verslag en foto's schuldig.

Oké dit gezegd hebbende, keren we terug naar half september inmiddels en onze entree in Roemenië. Na een moeizame gang langs de Oekraïnse kant van de grens, passeren we relatief eenvoudig de Roemeense kant en kunnen we op een simpele, maar uiterst doeltreffende wijze een gewoon papieren tolvignet kopen om een maand door Roemenië te kunnen reizen. Al snel blijkt dat de betaling voor dit vignet door de Roemeense regering op uiterst efficiënte wijze wordt besteed aan de aanleg en het onderhoud van het wegennet. Alhoewel we door de bergen rijden en onze truck dat niet in record tijd kan afleggen, is de weg dusdanig goed dat het een plezier is om na de hobbelige wegen vol kuilen in de Oekraïne, hier te mogen rijden. De natuur is schitterend en we genieten nu we weer volop in de vrije natuur vanaf ons hoge uitzichtpunt in de truck door de bergen rijden. De tijd vliegt om en het is al laat (voor ons doen) als we bij de camping aankomen. Aangezien we nodig enkele wassen willen draaien, het water willen lozen en opnieuw vullen etc hebben we besloten om op een camping te gaan staan. Tevens willen we na zoveel dagen rijden wel even een pauze inlassen. We stoppen in Gilau, een plaatsje vlakbij Cluj-Napoca, een stadje dat een mooi centrum schijnt te hebben.

Alhoewel de camping aan een doorgaande weg ligt en we enige overlast ervaren van het verkeer, komen we helemaal bij nu we weer op onze 'eigen veranda' (luifel uit en stoelen en tafel eronder) kunnen ontbijten. Zelfs 's avonds is de temperatuur nog prima om buiten te eten. De BBQ komt uit de garage en Mart start weer met een stukje onderhoud van de DAF. Ditmaal ligt de aandacht op het roestvrij maken van enkele stalen onderdelen van de truck. Hiervoor is een heus straalpistool aangeschaft, dat via aansluiting op de compressor met heel veel kracht de onderdelen kan zandstralen. Dat daar precies het juiste zand voor nodig is, spreekt voor zich. Helaas is dat hier niet in een bouwmarkt te koop (tot nu toe), maar Mart vindt bij een bouwbedrijf een mooie berg zand, waar hij gratis en voor niets een emmertje van mag meepakken. Nu moet dat zand nog worden gedroogd en daarna gezeefd zodat het de juiste structuur heeft om in het straalpistool te worden gebruikt. Met andere woorden hij is lekker aan het rommelen en je hebt geen kind meer aan hem.

Lang geleden hebben we al eens geschreven dat we ons prima vermaken en dat we niet veel dingen (wel mensen hoor!!) missen uit Nederland. Het enige dat ik (Mart niet zozeer haha) wel mis, is het sporten 2 x in de week. De afgelopen jaren heb ik bij de fysio 2 uur per week middelmatig intensief getraind om de fysieke conditie stabiel te houden. Nu we echter al 17 maanden onderweg zijn, blijkt het lastig om de conditie op peil te houden. Alhoewel ik alle 7 ochtenden per week wel train, is dat meer voor de gewrichten en spieren dan als sport te beschouwen. Vandaar dat we in juli (alweer) hebben besloten om samen toch te gaan sporten. Nu is het lastig om te bepalen wat daarvoor de aangewezen activiteit zou zijn, aangezien we nu eenmaal niet naar een sportschool, verenging of anderszins kunnen gaan, zoals in Nederland. Afijn, we besluiten om te proberen te gaan hardlopen. Van een vriendin heb ik jaren geleden gehoord dat zij (uitstekend!) heeft leren hardlopen door een schema van internet te downloaden. Zo gezegd zo gedaan en we kiezen uit zelfbehoud een schema voor absolute beginners. Op papier - of beeldscherm - ziet het er betrekkelijk simpel uit. We moeten 3 x per week lopen en dan 2 dagen rust en per week bouwt het langzaamaan op. De start lijkt simpel, 4 x 1 minuut hardlopen met ertussenin 4 x 2 minuten wandelen. Makkie...... NOT. Direct de eerste keer blijkt dat onze conditie door onze reis, het niet werken, niet sporten en te veel genieten van de goede dingen des levens flink is achteruit gegaan. Gelukkig voor mij blijkt Mart er bijna net zoveel moeite mee te hebben als ik (pff..). Nu we dit schrijven (natuurlijk expres ermee gewacht, zodat we zeker weten dat we nog steeds volhouden na 12 weken) hebben we het eerste lijden aanzienlijk achter ons gelaten. Een groot aandeel hierin komt voor rekening van de nieuwe en wel verantwoorde hardloopschoenen, die we na 7 weken volhouden wel durfden aan te schaffen. Na enkele weken blijkt Mart (natuurlijk) een compleet andere loper te zijn dan ik en splitsen we onze trainingen. Ben ik iemand die het heerlijk vind om 's morgens vroeg op de nuchtere maag als het buiten nog stil en rustig is, te gaan lopen, Mart moet eerst flink op gang komen en loopt het liefst aan het einde van de middag als hij de stramheid van de nacht ver achter zich heeft liggen en makkelijk op gang komt. Daarnaast loopt hij flink langer en sneller dan ik dat doe. Het komt wellicht als een verrassing voor velen van jullie, maar op dit moment hebben we er beiden veel plezier

Laughing
in en geeft het meer energie dan dat het kost.

So far, onze enige echte activiteit. Voordat we naar Roemenië vertrokken, hebben we van diverse mensen gehoord hoe 'gevaarlijk en onveilig' het zou zijn. Vooral het in de vrije natuur kamperen en de kans op zakkenrollen zou nogal risicovol zijn. Alleen aan de Zwarte Zee zou het wel meevallen. Aangezien we in het Noordwesten van het land de grens zijn overgestoken, zullen we dwars door Roemenië moeten reizen om daar te komen. Het voordeel daarvan is dat we de mooiste route van Europa de zogeheten Transfagarasan kunnen rijden. Zelfs de mannen van het tv programma Top Gear zijn daar razend enthousiast over. Na lang wikken en wegen besluiten we op het laatste moment om de route met de quad af te leggen in plaats van met de camper. De beslissing wordt voornamelijk bepaald doordat we dan makkelijker kunnen stoppen voor foto's, parkeren en we meer beleven van de natuur. Tevens is het al een week super lekker nazomerweer met zo'n graad of 22 en veel zon, dus dat moet lukken. Een zeer gelukkig besluit blijkt al snel. Het is druk onderweg naar boven en de parkeerplaatsen bij diverse bijzondere punten zijn klein en vol. De quad zetten we hier simpel tussen. We genieten volop en stoppen regelmatig om van het uitzicht te genieten én om nog een extra laagje kleding aan te trekken. Zo hoog wordt het snel kouder en boven aangekomen, is het nog maar een graad of 8-10. Eenmaal boven blijkt dat we met de camper niet eens door de tunnel zouden kunnen rijden, aangezien die maar 3.60 meter hoog is. Het wordt een heerlijk dagje en eenmaal beneden warmen we snel weer op. We realiseren ons regelmatig wat een vrijheid en extra's de quad ons biedt. Als we andere camperaars ontmoeten, merken we dat alleen degenen met een scooter zich redelijk vrij kunnen bewegen, maar dat anderen veel bij de camper blijven.

We rijden verder richt Oost, Zuidoost met als uiteindelijk doel Boekarest, maar stoppen onderweg in een heus wintersportgebied en overnachten in Bran. Hier bevindt zich op flinke hoogte - 1050 meter -  het Vampire Castle. Aangezien de hoogte tevens een flinke temperatuurdaling met zich mee brengt, is het vandaag nog maar zo'n 12 graden. Ofwel flink fris en we leggen dan ook een bezoek af aan het kasteel, dat zeer de moeite waard blijkt te zijn. In alle ruimten hangen borden met uitgebreide historische feiten en we weten aan het einde een stuk meer van de geschiedenis. Rondom het kasteel bevindt zich een eindeloze rij van toeristische stalletjes met verkoopwaren die variëren van houtsnijwerken, gehaakte mutsen en shawls, tot diverse streek lekkernijen. Gezien de kou duiken we al snel een restaurant in, waar ze werkelijk een super pizza serveren. Alhoewel we nu een groot deel dwars door Roemenië hebben afgelegd, zijn we tot op heden nog bijna geen zigeuners tegengekomen. Zeer incidenteel zien we vrouwen lopen met prachtige gekleurde en uitbundige kleding, maar geen caravans, huifkarren of woonwagens te bekennen. Bij navraag blijkt dat er nog wel oorspronkelijke zigeuners wonen, maar deze veelal in gewone vaste huizen leven. De rondtrekkenden zijn voornamelijk naar Frankrijk en Hongarije gegaan.

Van Boekarest hebben we hoge verwachtingen, die helaas niet worden waargemaakt. De route door de stad naar het centrum voert ons weliswaar langs mooi gebouwen en een heuse kopie van de Parijse Arc de Triomphe, maar het centrum zelf is in onze opinie saai en vooral ongezellig. Op twee straten na waar zich gezellige terrasjes bevinden, is het vrij uitgestorven. Gelukkig wordt ons moraal weer opgekrikt door een mega groot spandoek met de aankondiging dat ons Nederlandse BZN - jawel een heus exportprodukt - eind oktober een groot concert zal geven in het theater van Boekarest. Jammer genoeg zijn we dan niet meer in Roemenië

Frown
.

De laatste paar dagen in Roemenië willen we toch de Zwarte zee zelf eens van dichtbij aanschouwen. We komen uit in Mangalia, een volgens internet toeristisch en aantrekkelijk plaatsje. Bij binnenkomst hebben we meer het gevoel in een klein spookstadje te zijn aangekomen. Het is compleet uitgestorven, de camping lijkt gesloten en er is niemand op straat te vinden. Echter er is een prima strand aan de zee, waar we volgens ons vast wel vrij mogen staan. Met als enig gezelschap een hele roedel zwerfhonden, wiens territorium wij kennelijk zijn binnengedrongen, parkeren we de camper. Wat een verademing om weer eens in de vrije natuur te staan, met een geweldig uitzicht en 's morgens lekker zonder uitlaatgassen te kunnen hardlopen. Na afloop een korte en koude duik in de zee en dan afspoelen onder de buitendouche van de camper en de dag kan weer beginnen. Voor Mart een soortgelijk ritueel maar dan vlak voor het avondeten. De honden zijn ons erg trouw en komen met 5 stuks regelmatig even bij ons kijken. We hebben beiden een favoriet en al snel worden die door ons aangeduid met 'jouw hond en mijn hond'. Mart zijn hond heeft de mazzel om 's avonds nadat we hebben gegeten, het restje Zwitsere geschnetzeltes dat over is uit de pan te mogen likken. Vlak daarna meldt mijn hondje zich ook en krijgt zij als troost een mueslireep van ons. Iedereen tevreden.

Na 16 dagen rijden we richting Bulgarije door. Ook hier geen enkel probleem aan de grens en wederom de mogelijkheid om een papieren vignet te kopen. Ditmaal kiezen we voor een geldigheidsduur van een week. Het plan is om de hele kustlijn langs de Zwarte zee te volgen en zo richting Turkije te rijden. De plannen liggen echter nog open, we kunnen ook eventueel besluiten via Griekenland en Kroatië weer richting Italië te rijden. Vooralsnog rijden we hier prima, ook al heeft de Bulgaarse regering besloten het geld van de vignetten niet in het wegennet te investeren.

Het blijkt in Bulgarije erg makkelijk om een plekje voor de nacht te vinden. Langs de kust bevinden zich in diverse plaatsjes veel parkeermogelijkheden, waar zonaanbidders, vissers en ook wij een plekje vinden. De ene dag met iets meer geluk dan de andere dag, de ene nacht met meer geluidsoverlast dan de andere. Wanneer we in Burgas zijn aangekomen, blijkt het aldaar ineens niet zo eenvoudig te zijn. We rijden de stad tweemaal door op zoek naar een geschikte plek, maar de boulevard is door middel van een park hermetisch afgesloten en de haven is een transporthaven en biedt al net zo weinig mogelijkheden voor onze camper. Uiteindelijk besluiten we om op zoek te gaan naar een parkeerterrein achter een grote supermarkt, wat ons al enkele keren hiervoor meestal wel een plekje voor de nacht opleverde. We belanden bij de Carrefour waar we bij de ingang lezen dat we hier na 23.30 uur niet meer mogen staan. Gelukkig valt ons oog op een verhoging aan het einde van de parkeerplaats, waar zich eveneens enkele caravans en trailers bevinden. Het blijkt dat het circus hier zijn kamp heeft opgeslagen gehad en nu weliswaar al opgebroken is, maar toch nog aanwezig is. Na overleg met hen besluiten we om de camper er gewoon naast te zetten. Alhoewel de locatie niet ideaal is, blijkt het voor een nachtje prima te doen en 's morgens is er het voordeel van op loopafstand heerlijk vers brood te kunnen halen.

Net als in Roemenië blijkt het toeristenseizoen maar tot eind augustus te duren. Niet dat we ons daar nu zo graag in onder willen dompelen, maar de nogal saaie en ongezellig uitgestorven dorpen en steden, die we nu aandoen heeft op ons niet zoveel aantrekkingskracht. Mede hierdoor bepalen we ons volgende bestemming toch op Turkije. In onze tot nu toe opgedane ervaringen met Turkije, is het door de cultuur en de levenswijze van de bewoners zelf meestal een stuk levendiger en loopt ook mede dankzij het prettige klimaat het leven buiten wat langer door. We raadplegen enkele internetsites om te zien wat de mogelijkheden zijn en komen tot de conclusie dat Turkije weleens het land zou kunnen worden, waar wij de overwintering gaan doorbrengen. Vooralsnog is het afgegeven visum slechts tot 30 december a.s. geldig en zullen we waarschijnlijk de Kerstdagen hier zijn.

Polen en de Oekraïne

Op 24 augustus arriveren we in Polen. Voor Mart een hernieuwde kennismaking met het land waar hij héél erg lang geleden, toen hij nog jong was (zo'n jaar of 19) al diverse bezoeken heeft afgelegd. Nu naderen we het land echter via de Noordzijde vanaf de grens met Litouwen, terwijl zijn kennis zich voornamelijk tot het Zuid en Zuidwesten beperkt. We hebben ons vooraf een beetje via internet ingelezen in de potentieel belangrijke issues die we gaan tegenkomen en één daarvan is het tolsysteem in Polen. Net als vorig jaar in Tsjechië is het noodzakelijk wanneer je met een camper van boven de 3,5 ton rijdt, dat je een tolkastje tegen een borg aanschaft en van krediet voorziet, zodat er op de elektronische tolwegen piepjes afgaan en er geld van het tegoed wordt afgeboekt. Ook hier blijkt het lastig om het juiste punt te vinden om zo'n ding (Viaboxx) aan te schaffen, aangezien wij een speciale nodig hebben die ook bij een ruit met zonwerende folie nog functioneert. Bij het kantoor wordt er dan ook driftig overleg gepleegd met diverse collega's in en buiten het gebouw teneinde uiteindelijk ons toch een normaal systeem mee te geven. En ja hoor, direct bij het eerste punt op de tolweg blijft het optimaal stil en áls er géén piepjes klinken, wordt er dus ook geen saldo afgeboekt. Nou jammer dan, wij hebben aan onze verplichting voldaan.

We komen aan in Elk bij de door ons tevoren via campercontact uitgezochte camperplaats, die inderdaad over zeer ruime plaatsen beschikt met alle faciliteiten die we nodig hebben per plaats aangelegd. Dat is dan weer eventjes een luxe, waar we van genieten. Vreemd genoeg is het ook hier in Polen onnavolgbaar rustig. We vragen ons steeds vaker af wanneer de inkomsten met het toerisme in deze landen verdiend worden. Maar goed, na enkele dagen en vele kilometers te hebben gereisd, blijven wij in ieder geval een paar dagen hier staan. De omgeving is niet erg spectaculair, door een inwoner wordt de stad zelfs in redelijk Engels omschreven als 'Garbage'. Dat klinkt niet al te veel belovend.... De jonge man blijkt absoluut gelijk te hebben, de stad stelt niet veel voor, de gebouwen zijn niet typisch oud of mooi, er zijn geen waardevolle bezienswaardigheden of leuke winkels, maar er is een prachtig meer waar een heel goed wandelpad omheen ligt dat we frequent gebruiken en ze hebben super lekker ijs.

De volgende stop die we in gedachten hebben is Warschau. Ook al hebben we gelezen dat het geen heel bijzondere stad is, zoals Krakow, dat wel schijnt te zijn. Toch kunnen we natuurlijk niet echt om de hoofdstad heen, bovendien ligt het precies op onze route richting het Zuidwesten. Nog steeds tolvrij bereiken we de binnenstad van Warschau, alwaar we midden in de spits belanden. Het centrum bestaat voornamelijk uit eenrichtingswegen en wegen met een hoogte- danwel een gewichtsbeperking. Wat een feest!! Afijn, als na 2 uur stapvoets rijden en zoeken naar een geschikte plaats voor de nacht, daar nog geen zicht op lijkt te zijn, besluiten we na eerdere ervaringen elders om maar naar een grote supermarkt of bouwmarkt uit te wijken en te bekijken of we daar op de parkeerplaats kunnen staan. We belanden uiteindelijk rond 18 uur bij de Bricoman op een prachtige van de weg af afgelegen en ruime parkeerplaats, waar we volgens ons niemand in de weg staan. Als we de camper goed parkeren, kijken we ook nog uit over het groene land erachter en hebben we tevens satellietontvangst. Het enige puntje is dat we door een slagboom zijn gereden, waarvan we niet weten of die gaat sluiten. We wachten wel af of we worden weggestuurd en het blijft dus licht spannend tot na sluitingstijd om 21 uur of we daar kunnen slapen. Gelukkig is dat het geval, alhoewel het zeer onrustig wordt aangezien er wegwerkzaamheden aan de parkeerplaats worden uitgevoerd, die tot 2 uur in de nacht duren.

Warschau: we kunnen er inderdaad zeer kort over zijn. De route met de quad was super, we hebben onderweg genoten van de levendigheid, de goede wegen en het weer. Het historische centrum dat wij zoeken, blijkt niet 123 te vinden, aangezien het er in onze ogen niet zo heel historisch uitziet. Wel is er een zeer modern en bijna futuristisch gebouw met veel glas, dat een ultramodern winkelcentrum blijkt te omvatten. We gaan op zoek naar een aantal zaken, maar de mensen spreken niet tot nauwelijks Engels en ratelen dan ook in rap Pools verder, zelfs nadat je hen duidelijk maakt dat je uit Holland komt. Ook de weken erna worden we voornamelijk in het Pools benaderd en te woord gestaan, ongeacht het feit dat we er niets van kunnen maken.

We willen Polen niet verlaten zonder een aantal culturele en belangrijke bezienswaardigheden te hebben bezocht. Eén ervan is natuurlijk Auschwitz, waar een verzameling van concentratie- en vernietigingskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland nabij de Poolse stad Auschwitz (Pools: O?wi?cim) werden opgezet. Het was het grootste van alle Duitse concentratiekampen en bestond uit Auschwitz I (Stammlager of basiskamp), Auschwitz II-Birkenau (Vernichtungslager of vernietigingskamp), Auschwitz III-Monowitz (een werkkamp) en een aantal subkampen. Naar Auschwitz werden ongeveer 1,3 miljoen mensen gedeporteerd. Hiervan zijn er ongeveer 1,1 miljoen om het leven gekomen, waarvan het grootste deel werd vergast. Alhoewel bijna iedereen beelden hiervan heeft gezien in diverse documentaires en/of films, is het voor ons toch bijna nieuw om daar te lopen. Het voelt alsof we een horrorfilm zijn ingestapt, waar je nu nog de angst en de pijn kunt voelen van wat de mensen daar is aangedaan. Het is te overweldigend en aangrijpend om van zo dichtbij te zien, hoe de omstandigheden daar zijn geweest. Diep onder de indruk keren we terug bij onze camper.

Inmiddels heeft Mart contact gehad met een Poolse familie, waar hij en zijn ouders vroeger regelmatig contact mee hebben gehad en die hij al zeker 20 jaar niet heeft gezien. Via facebook en de mail is er alweer enige tijd contact en hij spreekt af om diezelfde avond nog bij hen langs te gaan. Gezien het feit dat de zoon des huizes leraar Engels is, is het goed mogelijk om via via met alle aanwezigen een gesprek te voeren. Ze zijn buitengewoon gastvrij, hebben speciaal eten gemaakt ondanks het 'koffietijdstip' van 20 uur, hebben zelfgemaakte handbeschilderde schalen met heerlijke chocolade zoetigheden voor ons en ze genieten van de hernieuwde kennismaking en de moeite die Mart heeft genomen om hen te bezoeken.

We rijden door naar Wieliczka om daar de zoutmijn een bezoek te brengen. De Wieliczka-zoutmijn ligt in het plaatsje Wieliczka nabij Krakow. De mijn is een van de oudste zoutmijnen ter wereld. Het winnen van zout op deze plek werd voor het eerst vermeld in 1044. De gangen van de mijn zijn in totaal 300 kilometer lang en bereiken een diepte van 327 meter. De mijn is ook bijzonder vanwege zijn lange toeristische traditie. Al aan het einde van de 15e eeuw kwam de elite dit ondergrondse wonder aanschouwen. Beroemde bezoekers uit het verleden zijn onder andere Nicolaus Copernicus en de latere Paus Johannes Paulus II. We worden rondgeleid over een 3.5 km lange route langs standbeelden van historische en mythische figuren, allemaal uitgehouwen in het rotsachtige zout. Verder zien we een ondergronds meer, een kapel en worden er oude werktuigen getoond ter illustratie van de historie van de zoutwinning. Lichtelijk koud, stijfjes en verlangend naar de buitenlucht komen we 3 uur later weer boven de grond.

Om nog wat Poolse historie toe te voegen, besluiten we om Krakow een bezoek te brengen. De sfeer van deze historische stad die tot 1609 de hoofdstad was van Polen, is gelukkig wel heel bijzonder. Er staan echt talloze goed onderhouden en prachtige architectonische gebouwen, voornamelijk in het centrum van de stad, die qua sfeer nog het meest doet denken aan een Belgische stad met de koetsen en mooi uitgedoste paarden om een stadstour te maken.

We vertrekken richting het Zuidoosten van Polen om naar de Oekraïne te rijden. Via het lieflijke plaatsje Tarnow, met een gezellige camping tussen de appelbomen, komen we bij de grens. We rijden voornamelijk door de Karpaten, een hooggebergte dat zich grotendeels uitstrekt door Tsjechië, Slowakije, Polen, Oekraïne en Roemenië met uitlopers in Oostenrijk, Hongarije en Servië. Onze DAF heeft een zware rit door deze vaak nogal steile bergen, waar andere weggebruikers nogal flink wat snelheid willen maken. Zonder problemen rijden we door dit schitterende natuurgebied en bereiken de grens tussen Polen en de Oekraïne. Helaas is er in tegenstelling tot de informatie op internet, nergens een mogelijkheid om ons tolsysteem weer te retourneren en de borg en ons tegoed te incasseren. We zullen dus ooit terug moeten keren naar Polen om dat alsnog te ontvangen. Bij de Poolse grens is het zo rommelig als we in lange tijd (sinds de grens tussen Mauritanië en Marokko) niet meer hebben gezien. Er staat nergens een aanwijzing in welke rij we moeten gaan wachten of bij welke loketten we ons moeten melden. Voor reizigers die nog geen ervaring hebben met dit soort grensposten: zodra je je vervoermiddel in willekeurig welke rij geparkeerd hebt, dien je uit te stappen om op de gok je te melden bij een loket, in de hoop dat je bij het juiste loket staat om je paspoort te laten controleren en indien nodig af te laten stempelen. Echter daarna of soms zelfs daarvoor moet je ook je vervoermiddel laten controleren (soms met inbegrip van alle luiken, kasten, garage, bagage etc) en ook daarvoor moet je je bij één of meerdere loketten melden. Aan de Poolse zijde werkt een jongedame die zich enorm bewust is van de 'macht' die zij als douanemedewerkster heeft om het toeristen zo onaangenaam mogelijk te maken. Alhoewel wij verbaasd zijn dat we met zoveel gedoe een lidstaat van de Europese Unie uit gaan, lukt het toch om na 1,5 uur de grenspost van de Oekraïne te bereiken. Gelukkig gaat het hier een stuk vriendelijker en krijgen we weliswaar weer inspecties van de camper, maar komen we toch na 45 minuten het land binnen.

De camperplaats dichtbij L'Viv kunnen we niet vinden en dus gaan we weer op zoek naar een plek in de vrije natuur, wat al snel lukt. Ook de dagen erna is het niet al te moeilijk om de camper ergens aan het einde van een doodlopend weggetje of bij een riviertje neer te zetten. Wat ons het meest opvalt aan de Oekraïne is - buiten het feit dat er geen enkele door ons bereden weg behoorlijk is geasfalteerd - dat er weinig zichtbare sprake is van armoede en dat de natuur bijzonder indrukwekkend is. Gedurende de dagen dat we ons nog in de Karpaten bevinden, genieten we van bijna net zulke prachtige uitzichten als die we in Noorwegen hebben gezien. Het tweede aspect wat nogal opvallend is, is de grote gelijkenis met Marokko waar het gaat om de steden, de overdekte marktjes met groente, vis of kleding, de wegen, het rijgedrag van de bestuurders en alle kleine kruidenierswinkeltjes waar nog vanachter de toonbank per stuk de koekjes, het water of andere zaken worden verkocht. Qua kleding loopt de ontwikkeling met name bij vrouwen voor op die van de Marokkaanse, maar qua welvaart lijkt zeker het gebied tussen Marrakech en Agadir en vandaar langs de kust richting Casablanca zeker voor te lopen op die van de Oekraïne.

Nu we inmiddels al in september zitten, worden de dagen ook hier weer korter en kouder. De zomer waar we zo naar verlangen, is nog steeds niet echt doorgezet hier en om niet direct naar de winter door te stoten, besluiten we om niet via Kiev en Odessa te rijden (zo'n extra 800 km), maar via het zuiden direct naar Roemenië te gaan. Volgens de klimaattabellen zou het in Roemenië en Bulgarije tot zeker half oktober nog nazomers warm en zonnig moeten zijn. Inderdaad bereiken we de grens terwijl de zon uitbundig aan de hemel staat. Gelukkig maar, want ook nu krijgen we te maken met een zeer indrukwekkend maar uiterst onaangenaam vertoon van macht. We melden ons al om 11.30 uur met alle juiste documenten binnen op het kantoor, waar echter niemand de moeite neemt om ons aan te kijken, laat staan om ons te gaan helpen. Na vele malen informeren, horen we dat we nu nog zo'n 20 minuten moeten wachten en nadat deze ruimschoots zijn verstreken, weet de 'inspecteur' ons te melden dat het eating time is. Jaja, ofwel nog een uur erbij. Ruim na 14 uur en rood van opgekropte ergernis over hoe onze spullen onbeheerst zijn doorzocht, kasten worden open gerukt etc etc, verlaten we de Oekraïne. Minder dan 10 minuten later zijn we de Roemeense grens al gepasseerd, waar we uiterst vriendelijk worden geholpen en ook al een tolvignet op de kop weten te tikken, waar we de komende 30 dagen mee vooruit kunnen. Afijn, gelukkig kan het dus ook op een aardige manier. Hopelijk krijgt deze goede en vriendelijke start in Roemenië een plezierig vervolg.

De Baltische Staten

Na de weken in Scandinavië proberen we het mooie weer te gaan zoeken. Volgens de internet weerdeskundigen bevindt zich dat momenteel in bijna geheel Midden en Zuid Europa. Aangezien de temperaturen in Polen en de Baltische Staten ten Noorden daarvan, goed lijken, boeken we bij aankomst in Helsinki een ticket voor de overtocht naar Tallinn.

Woensdag 15 augustus staan we wederom vroeg op, zodat we tijdig ons kunnen inchecken bij de Tallink Stiljaline. Ditmaal vooraf gewapend met ons ticket rijden we rechtstreeks naar de poort waar we doorheen moeten. Helaas, de doorrijdhoogte is maar 3,60 meter en we kunnen er dus niet onderdoor. Gelukkig loopt er een zeer behulpzame én bekwame medewerkster buiten rond, die ons aanwijzingen geeft om via de Cargo poort toch op de boot te komen. Natuurlijk moeten we dan via extra controleposten en kost dit meer tijd, maar goed de boot gaat toch pas over 1,5 uur.

Zodra de camper benedendeks geparkeerd staat tussen alle andere vrachtvoertuigen en autobussen, gaan we op de dekken erboven poolshoogte nemen. Zodra we de 4e trap hebben beklommen, straalt er een overdadige luxe op ons af. Er bevinden zich tientallen pubs, restaurantjes, parfumerie en zelfs een heuse supermarkt. Op diverse dekken kunnen we plaatsnemen, zowel buiten als binnen en er zijn zelfs - indien gewenst - hutten beschikbaar. Voor onze overtocht van zo'n 2 uur is dat gelukkig niet nodig, maar we zien ook vanuit een babylance een ernstig ziek baby'tje en divers medisch personeel en ouders naar de hutten gaan. We vinden een heerlijk plekje uit de wind en in de zon en met onze boeken en puzzelboekjes komen we zo de tocht relaxt door. Om ons heen merken we 'zoals wij dat noemen: voormalig Oostblokgedrag', al om 9.30 uur 's morgens zitten de meeste passagiers om ons heen aan hun flesjes bier..........

Rond 13 uur rijden we Tallinn in en we hebben vooraf een camperplaats gezocht niet ver van het centrum, zodat we de stad kunnen gaan bekijken. Het blijkt 'De Pirita Harbour Camping' te zijn, het terrein van de Olympische Spelen van 1980 van Moskou. Kennelijk heeft zich in wat nu het huidige Estland is, de strijd ter water zich afgespeeld. Er is een complete haven met zittribunes, vlaggenmasten en een groot bouwwerk voor de Olympische vlam. Inmiddels 32 jaar nadien, is het voornamelijk vergane glorie, maar kunnen we in de haven wel met onze camper een paar nachtjes staan. 's Middags lopen we na de lunch een stukje in de omgeving en slaan bij de supermarkt weer wat voorraden in. Als we donderdag met de quad Tallinn bezoeken, zijn we uitermate aangenaam verrast. Natuurlijk zien we - terwijl we tijdelijk fout richting het centrum proberen te rijden - een ouder en meer verwaarloosd deel van de stad, maar het Oude Centrum is absoluut prachtig. We staan versteld van het onderhoud, de kwaliteit en de bouw van diverse historische gebouwen. De straten doen heel gezellig en levendig aan en op de centrale markt, waan je je bijna op de markt van Brugge of Antwerpen. De terrassen zien er goed uit en wat er op de borden ligt bij de klanten, evenzo. We maken een stadswandeling en krijgen van een in Middeleeuwse klederdracht gestoken jongedame een uitleg over de kleding. Hoe rijker de stoffen en de kleur van de jurk en hoe hoger de punten van de neus van de schoenen, des te welvarender was de draagster. Na de enorme stilte in Scandinavië genieten we volop van alle bedrijvigheid hier.

Als we 2 dagen later weer naar het Zuiden doorrijden schijnt de zon nog steeds, een goed teken dus. Het wordt ook hoog tijd om weer eens het beddengoed en de overige was te draaien, dus zoeken we naar een camping met voldoende mogelijkheden om dit ook te kunnen doen. We belanden in Pärnu een plaatsje zo'n 140 km ten Zuiden van Tallinn aan de kust, op een camping met alle mogelijke faciliteiten. Ook hier is het een stuk drukker dan in het Noorden, alhoewel de receptioniste ons weet te melden dat het nu buiten het seizoen is. Aangezien we hier een aantal dagen van plan zijn te blijven, kunnen we even wat huishoudelijke klussen afdraaien. Dat betekent dat Mart zich voornamelijk met het onderhoud van de buitenzijde en ik van de binnenzijde bezig houdt. Het weer is zelfs zo lekker dat we voor het eerst in 7 weken buiten kunnen ontbijten en ook 's avonds buiten kunnen eten. Op de dag dat Estland voor de tweede maal onafhankelijk is geworden, 20 augustus 1991 vertrekken we richting Letland.

Zijn de wegen, de mensen, de auto's en de gebouwen in Estland overwegend welvarend om te zien, zodra we de grens over rijden, merken we dat dit in Letland zeker niet het geval is. De wegen en gebouwen maken een veel armere indruk en zijn redelijk vervallen en ook de mensen zien er minder verzorgd en goed gekleed uit. Ook bij aankomst op de volgende camping aan een meer, merken we dat het verval en de crisis (is die hier ook toegeslagen?) in gang zijn gezet. Op een prachtige locatie ligt volgens onze kaart een luxe camping met alle voorzieningen. Bij het naderen van de coördinaten op onze navigatie, twijfelen we echter heel erg of we niet verkeerd zijn gereden. Het bord op de parkeerplaats spreekt echter van Camping, dus nemen we een kijkje. Gelukkig beschikken wij over de luxe van een totaal zelfvoorzienende camper en zijn we dus met weinig tevreden. De zon schijnt, er is een prachtig uitzicht en de prijs is redelijk. We blijven lekker even staan en genieten van de middagzon en alweer een kans om buiten te kunnen eten.

We besluiten door te rijden naar Riga en deze stad te gaan bezoeken. Bij binnenkomst in de stad worden we niet echt vrolijk van de industrie, de verwaarloosde gebouwen en al helemaal niet van het feit dat de City camping lijkt te zijn opgeheven. Nu het ook nog slechter weer is geworden, hebben we niet veel zin om ergens buiten de stad ons bivak op te slaan en de quad er voor één middagje uit te halen. We rijden dus door naar Pilsrundale waar we vlakbij een 18e Eeuws Slot zouden moeten kunnen overnachten. Vrij gemakkelijk vinden we het slot en voormalig paleis van de Familie Biron. Het ziet er van buiten werkelijk spectaculair uit. De toegang, de tuinen eromheen, de voorzieningen, alles ziet er goed onderhouden uit. Het is vroeg genoeg om dan ook maar eens de binnenkant te gaan bekijken.

Het paleis werd tussen 1736 en 1740 door de Italiaanse architect Bartolomeo Rastrelli gebouwd voor de Koerlandse hertog Ernst Johann Biron. Rastrelli was nadien ook de architect van het Winterpaleis in Sint-Petersburg. Biron heette oorspronkelijk Biren maar veranderde zijn naam in Biron, de naam van een grote Franse familie. Het domein bedraagt behalve het paleis zelf enkele stallen, een grote binnenplaats met Franse tuinen en een park van 73 hectare, omringd door een rivier. Achter de rivier bevindt zich een groot jachtdomein waar de eigenaars van het kasteel joegen op reebokken, wilde zwijnen en vogels. Het kasteel heeft een rijke geschiedenis en heeft vele bewoners en eigenaars gekend. De eerste was de hertog Biron, een minnaar van de Russische keizerin Anna Ivanovna. Hij gebruikte het paleis als zomerverblijf. Na de dood van Anna werd de hertog gearresteerd en verbannen naar Siberië, waarmee er een eind kwam aan de bouwwerkzaamheden. Inmiddels is het slot, dat bestaat uit 138 vertrekken middels een lange of een korte tour te bezichtigen, waarbij er in 48 kamers kan worden gekeken naar de uitgebreide kunstcollectie van schilderijen, porcelein en antieke meubelen. De gerenoveerde ruimten zijn uiterst knap gerestaureerd en alles ziet er prachtig uit. Het slot en de tuinen doen ons enorm denken aan Paleis het Loo in Nederland.

Litouwen, de meest Zuidelijke staat van de Baltische Staten en grenzend aan Polen, Wit Rusland, Kalingrad en Letland. Is onze verwachting niet zo hoog gespannen, dan valt het zoals meestal mee. Alhoewel de natuur niet heel spectaculair aandoet, is alles wel heerlijk fris groen, liggen de vele akkers er gezond bij en staat het vee dik, gezond en grazend in de weilanden. Met de vele glooiende heuvels en de hoeveelheid kruizen en Mariabeeldjes langs de route doet het ons beiden denken aan het Zuid Limburgse heuvellandschap. Wat we er verder van vinden of over moeten zeggen, is onszelf ook niet geheel duidelijk. Het land lijkt uitgestorven te zijn, er bevinden zich hier geen zichtbare toeristen en het aantal campers dat in het Noorden toch nog aanzienlijk in aantal vertegenwoordigt was, is hier tot een minimum van circa 1-2 per dag afgenomen. Of dat dan de reden is van de onverwacht, absorbitant hoge prijzen die we betalen voor een overnachting is onduidelijk. Enerzijds lijkt het heel reëel, er staan geen andere toeristen dus moet die enkeling de volle prijs betalen om nog enigszins voor inkomsten van de eigenaar te zorgen. Anderzijds komt er misschien (bijna) niemand overnachten als er zulke extreme prijzen gehanteerd worden. Afijn, zodra de mogelijkheden er weer zijn, gaan we lekker in de natuur staan.

Scandinavië

Even een voor ons doen kort bericht vanuit de laatste avond in Scandinavië. Na bijna 6 weken in dit Noordelijke deel van Europa te zijn geweest, bevinden we ons nu in Helsinki. Alhoewel we hele mooie en ook bijzondere weken hebben gehad, is het voor ons goed om weer verder te reizen. De natuur hier is zo ongelooflijk indrukwekkend en we hebben er met volle teugen van genoten om vanuit de camper tijdens het rijden van 'zo hoog' over alles uit te kunnen kijken. De meren (deels nog bevroren en met sneeuw bedekt) zijn talrijk en de bergen heel gevarieerd.

Wat wij echter niet hebben voorzien, is het feit dat het bijna overal enorm uitgestorven is. Je zou denken dat het hier nu toch ook hoogseizoen is en dat er veel vakantiegangers, toeristen en inwoners van het land zelf rondlopen, maar je kunt hier een kanon afschieten zonder een levend wezen (mens of rendier) te raken.

Gelukkig hebben we de laatste dagen in Helsinki ook een zonnige kant gezien. Veel mensen die vrolijk lopen te genieten in de pauze van hun werk, tijdens hun vakantie of zomaar op een vrije dag even het levendige centrum van Helsinki in lopen. Vandaag ook voor het eerst !! buiten gegeten en dus toch maar even de BBQ aangestoken. Wat een heerlijkheid om eindelijk weer even in de zon buiten te genieten, het eten smaakt gelijk beter.

Morgen gaan we met de grote Ferry van Tallink Stiljaline de overtocht naar Tallinn in Estland aanvangen. Als het goed is, duurt die tocht maar zo'n 2 uren en we zijn benieuwd wat ons de komende weken weer gaat brengen.

Geniet van de zomer, die kennelijk nu in Nederland toch is doorgebroken. 

Noorwegen, een land met bergen, watervallen, fjorden en ontelbare meren.

Donderdag 12 juli rijden we rond 12 uur de grens tussen Zweden en Noorwegen over. We merken direct dat we in het duurste Europese land dat er bestaat, zijn aangekomen. Vanaf de douane is het alleen mogelijk om via een tolweg te rijden. Aangezien wij lichtelijk aan de zware kant zijn, betalen we de hoofdprijs bij veerboten, tolwegen en op campings. Dan maar proberen om in de vrije natuur te overnachten. Voor onze voorzieningen zijn we nauwelijks afhankelijk van de faciliteiten die sommige camperplaatsen en/of campings bieden, maar dan moet er wel voldoende dag- of zonlicht zijn, zodat de zonneboiler én de zonnepanelen zich kunnen opladen. Onderweg zien we een prachtig meer waar picknicktafels omheen staan en waar zo zal later blijken, de échte bikkels uit Noorwegen regelmatig een duik nemen om op te frissen. De parkeerplaats ernaast is enorm ruim, dus we besluiten om hier onze eerste Noorse nacht door te brengen. Of dit is toegestaan is ons nog niet geheel duidelijk, maar zolang we niet worden weggestuurd, staan we met schitterend uitzicht op de bergen en het meer. Jammer dat, nu het eindelijk droog en licht zonnig is, de wind zo hard is, dat buiten zitten nog geen optie is.


Zaterdag rijden we door naar een tevoren uitgezochte camperplaats bij de jachthaven van Oslo. We vinden met behulp van de GPS coördinaten de plaats vrij eenvoudig en tot onze grote opluchting schijnt het zonnetje en besluiten we dus direct met de quad naar het centrum van Oslo te rijden om van de stad te genieten. De gebouwen in Oslo zijn zeer goed onderhouden en zijn rijkelijk bewerkt, maar tonen toch een stuk minder 'oud' dan bijvoorbeeld die in Sevilla of Praag. Alles lijkt een stukje moderner en schoner te zijn. Inmiddels is het zo warm dat we heerlijk een lange stadswandeling kunnen maken en genieten van het Royal Palace dat aan het einde van de 'Karl Johan Gatan' op een heuvel ligt met magnifiek uitzicht over de stad. Helaas staat het grootste deel van het gebouw in de steigers, maar daardoor ziet alles er dus wel goed uit. Voor het paleis wordt nog keurig door diverse leden van de Koninklijke garde de wacht gehouden. Ook hier zijn de mensen weer heel toegankelijk en is het toeristen zelfs toegestaan om met hen op de foto te gaan, indien gewenst. Opvallend is dat de mensen in Noorwegen weliswaar heel vriendelijk zijn, maar de Engelse taal niet zo goed beheersen als de Zweden doen. Desalniettemin kunnen we ons prima verstaanbaar maken en worden we ook nog begrepen, zodat we lekker op een terrasje zitten te genieten van alle voorbijgangers en de zon.

Tijdens onze reis naar het Westen van Noorwegen rijden we dwars door het binnenland, waar het bijzonder bergachtig is en we de eerste confrontatie met de duizenden meren van Noorwegen aangaan. Zowel op de parkeerplaatsen van diverse musea of attracties als bij picknickplaatsen zijn volop mogelijkheden om 'wild' te kamperen. We nemen een kijkje bij een zilvermijn en zien daar nog diverse andere campers en caravans staan. In de verwachting dat die ook een nachtje daar hun bivak opslaan, zetten we onze DAF op de parkeerplaats en maken een wandeling richting de mijn en het bos. Naarmate de middag vordert, zien we alle overige auto's en campers de plaats verlaten, maar wij besluiten te blijven zolang we niet weg worden gestuurd. Na een prima maar frisse nacht tussen de bergen, rijden we richting de fjorden. De natuur wordt almaar ruiger, de bergen hoger en vooral steiler en de watervallen die naar beneden denderen zijn reusachtig.

We slaan ons bivak op in Odda, alwaar we aan het meer een aantal dagen rust inlassen na de vele dagen die we aaneen onderweg zijn geweest. Odda zelf is een klein plaatsje van waaruit diverse bezienswaardigheden in de omgeving zijn te bezoeken. We trekken er dus weer met de quad op uit (wat zijn wij gezegend met de quad! Andere camperaars moeten zich zien te behelpen met een fiets, wat in deze bergachtige omgeving vast zwaar valt) en rijden richting het zuiden naar de waterval van Låtefoss (zie foto's). Nog niet vaak hebben wij een waterval van deze afmeting gezien, die met zo'n enorm geweld en bulderend geluid naar beneden komt storten. Ook al is het een toeristische plaats waar praktisch iedere buitenlander even stopt om een aantal foto's te maken, toch is het natuurschoon overweldigend. Daarna rijden we naar de beroemde gletsjer Buer, die op een hoogte van circa 2300 meter ligt. Gezien de temperatuur van zo'n 6 graden besluiten we hier niet helemaal naar toe te lopen.

Nu we weer enkele dagen rust hebben genomen, wordt het tijd om verder in de richting van Bergen te trekken. Zoals bij alle toeristische steden, vragen de Noren ook hier behoorlijke toltarieven op de wegen naar de stad. Het plan is om het weekend een bezoek te brengen aan Bergen, 'De poort naar de Noorse fjorden' genoemd. Volgens de brochures die we bij de toerist info hebben gehaald, is Bergen uniek door zijn prachtige ligging en wereldberoemde omgeving: zeven machtige bergen en de imponerende fjorden vormen de omlijsting van een internationale, maar tegelijk een intieme stad. Na een verplichte pauze van 4 dagen vanwege de aanhoudende stroom regen, is het dinsdag dan eindelijk voldoende opgeklaard om Bergen een bezoek te brengen. En de stad voldoet inderdaad aan de verwachtingen en de omschrijving in de brochures. Het is een gezellige stad omgeven door schitterende bergen, aan en om het water met karakteristieke houten huizen (zie foto's). De zon is doorgebroken en we bekijken uitgebreid een speciale wijk genaamd Brykken, waar zich in de houten huizen diverse winkels en ateliers bevinden, waar nog echt Noorse handvaardigheid te zien is. Zo wordt er kleding gemaakt, zijn er diverse zilversmederijen, een houtzagerij en bewerking en diverse souvenirsshops met eigengemaakte artikelen.

's Avonds worden wij en de camper sinds heel lange tijd (Marokko waarschijnlijk) door een hele horde kinderen belaagd. Ze variëren in leeftijd van 7 tot 11 jaar en een aantal van hen spreekt behoorlijk goed Engels. Ze willen ons attenderen op iets waarvan ze de juiste naam niet 123 kunnen bedenken, maar het is ‘Moose-like'. Ofwel een soort rendier. Als we gaan kijken blijkt in onze achtertuin twee herten te staan grazen. Wat bijzonder, er is tussen de parkeerplaats van een school waar wij staan en de woonwijk met tientallen appartementencomplexen voor ouderen, wellicht een groenstrook met struiken en boompjes van zo'n 13 bij 80 meter. Te midden hiervan staan de twee herten rustig voor zich uit te kijken en te knabbelen aan wat blaadjes. Natuurlijk is het een sport om een poging te doen, zo dichtbij te komen dat we ze voor jullie (en ons uiteraard) op beeld kunnen vastleggen (zie foto's). Is onze wachttijd toch nog heel mooi afgesloten.

Een vogelvlucht door Denemarken en Zweden

Op onze weg naar de fjorden in Noorwegen, wat ons ultieme doel is van de reis naar Scandinavië rijden we via Duitsland, Denemarken en Zweden. We stoppen even na Bremen in Rotenburg waar we aan een meertje parkeren en nog heerlijk in het zonnetje kunnen wandelen en lezen alvorens de keuken in te duiken. Al na 2 dagen rijden we Denemarken binnen, waar we op zoek gaan naar een camperplaats bij de jachthaven van  Fredericia vlak voor de eerste oversteek naar het volgende eiland Fyn. Helaas blijft het bij zoeken, want er zijn drukke weg- en bouwwerkzaamheden in volle gang, die de camperplaatsen te lijken hebben opgeslokt.

We rijden dus door richting Korsør. Om hier te komen, moeten we een indrukwekkend hoge en lange tolbrug over (wellicht is een veerboot een goedkoper alternatief 

Undecided
 ). In ieder geval is het redelijk weer en kunnen we lopend het stadje verkennen. Ook hier staan we weer in een jachthaven, wat in heel Scandinavië een goede plaats voor campers blijkt te zijn. Een aanbod van water, loosplaatsen, elektra en de beschikking over douches en toiletten is ook voor veel botenbezitters een belangrijk gegeven, evenals voor camperaars. De lig- en of stagelden worden via het kantoor van de havenmeester geïnd en alhoewel dat flinke bedragen zijn, sta je ook wel gezellig zo te midden van voornamelijk Zweedse vakantiegangers. 

Op zaterdag staan we op een super handige camperparking in de buurt van het centrum van Kopenhagen. De beste manier om die stad te bezichtigen, horen we van de beheerder is per boot. Hiervoor is er een speciaal systeem, lijkend op de city tour die wij onlangs in Barcelona hebben gedaan. We stappen op een soort grote fluisterboot om een Canal tour te doen. Ook hier is het bekende 'hop on - hop off' systeem van toepassing. Met een jonge gids die vloeiend Engels en Duits spreekt, varen we langs de diverse bezienswaardigheden zoals de opera, wat is gevestigd in een gebouw dat bekend staat als de zwarte diamant door de weerspiegeling van de zon in het water op het gebouw, de diverse kerken en natuurlijk de zeemeermin. In werkelijkheid valt de tour ons nogal tegen. De stad is lang niet zo mooi als we vooraf hadden gedacht en bovendien bevindt het water zich niet alleen onder de boot, maar helaas ook in de boot, gezien het feit dat het met bakken uit de hemel komt zetten

Frown
. Afijn, we hebben even cultuur gesnoven en ook een flinke gezonde stadswandeling gemaakt, dus we kunnen er weer even tegenaan.

Na wederom een tolbrug, ditmaal de Sontbrug die het vasteland van Zweden met Denemarken verbindt, te hebben genomen, komen we in Zweden aan. We vinden een uitstekende plek in het plaatsje Höganäs, wederom bij de jachthaven. Er bevinden zich hier zeker meer dan 30 andere campers, waarvan de bewoners gezellig onder de luifel genieten van het uitzicht en het weer. Vooral de zondag mogen we niet klagen. Het is de hele dag stralend weer, wat goed uitkomt aangezien we 3 wassen willen wegwerken. 's Avonds zijn we flink verkleurd en ligt de was weer fris in de kast. Ook het eten smaakt weer zoveel lekkerder als we dat nuttigen op onze eigen 'veranda'. Maandagochtend gaan we tussen de buien door nog met de quad langs de kust rijden en nemen we op de terugweg de nodige proviand mee uit een plaatselijke supermarkt. Tot nu toe vallen de prijzen mee, met uitzondering dan van de diesel (helaas).

Naarmate we verder Noordwaarts rijden, verandert de natuur waar we doorheen komen. Leek de Zuidelijke helft qua natuur nog behoorlijk vlak en ietwat saai, gelijkend op Duitsland en Denemarken, zodra we ten Noorden van Göteborg komen, worden de heuvels hoger en rotsachtiger, zien we prachtige veldbloemen in mooie kleuren en zien we meer typisch Zweedse bouwwerken en huizen. De enige schaduw die over dit prachtige landschap en uitzicht wordt geworpen, vindt plaats in de vorm van donkere wolken waar helaas een bijna constante regenstroom uit valt. Voor zover we weten, is de kans op mooi en droger weer groter richting Noorwegen dan hier aan de kust. We wachten af...

Nederland, vakantieland?

De tijd die we besluiten in Nederland door te brengen, wordt voornamelijk bepaald door de voorbereidingen die we weer moeten treffen voor het vervolg van onze reis. Jullie zullen je wel afvragen, wat we dan wel allemaal nog te regelen hebben, gezien het feit dat we nog lang niet gepland hadden terug te keren. Nadat we weer in Europa zijn teruggekeerd, is een aantal spelregels veranderd. Nu we niet voor een aantal jaar in Afrika blijven, moeten we ons weer aan alle officiële regels houden, zoals daar is de verplichte jaarlijkse APK keuring van onze DAF.

Helaas hebben we in het recente verleden nogal wat problemen met de motor gehad, waardoor we enkele weken geleden hebben besloten om de hele motor te laten vervangen alvorens we weer op pad gaan. Vanuit Spanje hebben we contact gezocht met een motorenrevisiebedrijf in Meppel (of all places, inderdaad), die beloven om onze DAF weer in een staat te brengen, waar we de komende 1 miljoen kilometers trots op zullen zijn. Nou ligt het niet direct in onze planning om er zoveel te gaan maken, maar een start willen we daar natuurlijk graag mee maken.

Telefonisch en per mail worden er serieuze afspraken gemaakt over de hele gang van zaken met betrekking tot data, technische specificaties en garantiebepalingen. Tevens krijgen we natuurlijk een offerte met een duizelingwekkend bedrag en een tijdsplanning voorgeschoteld. En zo vertrekt Marten op zondagavond 10 juni naar het landelijke Meppel om daar de hele procedure te aanschouwen en te begeleiden. Onderwijl mag ik - the easy part - van ons verblijf in Nederland ervaren; afspreken met vrienden, uit lunchen en lekker bijpraten. Af en toe (meer af dan toe) in de tuin in de zon zitten en logeren in het huis van Mart zijn ouders, die zich nog heerlijk onder de Franse zon bevinden. Dacht ik dat het voor mij alléén leuk zou zijn, helaas is niets minder waar. Zo krijg ik het bericht dat er een goede vliegvriend en mede teamlid op veel te jonge leeftijd plotseling is overleden en zal Mart moeten kijken of hij tijdig uit Meppel terug kan komen. Verder krijgt een goede vriendin van ons te horen dat er een kwaadaardige tumor bij haar is geconstateerd en blijkt ook mijn moeder nog onaangenaam veel tijd in het ziekenhuis door te brengen met allerlei onderzoeken.

Om toch positief te blijven, zullen we eerst maar beschrijven hoe de tijd in de garage is besteed door Mart en alle werknemers. Maandagochtend om 8 uur wordt de cabine van de truck gekanteld, zodat er begonnen kan worden met deze grote technische operatie. Vooraf worden er foto's gemaakt van alle aansluitingen, zodat alles straks weer exact hetzelfde (maar dan verbeterd!) teruggeplaatst kan worden. Met 2 man wordt er zo keurig en efficiënt gewerkt, wat resulteert dat de motor met versnellingsbak er om 12:00 uur al uit getakeld kan worden. Ze zetten er vaart achter, de motor wordt dezelfde middag al compleet gedemonteerd. Vervolgens volledig schoongemaakt met speciale wasmachines (ultrasoon). Alles ziet er daarna weer als nieuw uit!

Aangezien een aantal delen van de motor zeer specifiek is voor deze motor, worden die van de oude motor gebruikt. Uiteraard nadat alles keurig nagemeten, vervangen en gereviseerd is. Hierdoor is het totale motorblok nadien weer als nieuw. Nu de ruimte onder de cabine geheel 'leeg' is zonder motor en versnellingsbak is er mooi gelegenheid om alle vettigheid en vlekken van de in Mauritanië gescheurde diesel-retourleiding te cleanen. Vol moed begint Mart met 1 liter thinner en een paar poetsdoeken aan de immense klus. Maar wat een vettigheid heeft dat kleine scheurtje veroorzaakt zeg! Pas na dagen schrobben en boenen én vele liters thinner en rollen papier later is de motorruimte weer schoon. Tijdens de schoonmaakwerkzaamheden wordt er door de medewerkers van het revisiebedrijf zeer grondig aan de motor van de DAF gewerkt. Echt alles, maar dan ook alles is vernieuwd. Het is bijzonder indrukwekkend met wat voor precisie en accuratesse alles weer tot een nieuwe motor gemaakt is. Nu de motor en versnellingsbak er toch uit zijn, hebben we gelijk maar een nieuwe koppelingsplaat met drukgroep laten monteren.

Gedurende de hele week bij de garage wordt Mart met twee moeilijkheden geconfronteerd. De eerste is dat hij veel met de medewerkers van de garage optrekt, zodat hij nog technischer onderlegd raakt, maar hij ze in hun beste Meppels absoluut niet kan verstaan. Het tweede betreft het feit dat hij staand op het terrein van de garage geen satelliet ontvangst heeft en het toeval wil, dat het EK voetbal 2012 zojuist is begonnen. Gelukkig zijn er cafeetjes genoeg te vinden, die uitstekende bitterballen serveren tijdens de wedstrijd tegen de oosterburen. Veel woorden hoeven we daar denk ik niet aan vuil te maken... 

Hoewel alle werkzaamheden voorspoedig verlopen, blijkt het niet mogelijk om voor het weekend de nieuwe motor te laten inbouwen. Vandaar de beslissing om even met de trein en bus terug te gaan naar Schoonhoven. Gelukkig valt dat best wel mee. Alle aansluitingen lopen soepel in elkaar over, dus is Mart snel weer thuis. Nou ja, echt thuis is momenteel eigenlijk wel de camper. Na een jaar in de camper te wonen, is het wel echt ons thuis geworden. Alles lekker overzichtelijk bij elkaar en bijna dagelijks een nieuw en vaak verrassend uitzicht.
Na een bijzonder en emotioneel weekend, waarin we veel vrienden hebben gezien en helaas afscheid hebben moeten nemen van Hans, breekt de nieuwe week aan.

Maandag om 8:00 uur vertrekt de bus richting Utrecht. Daar is het complete chaos op Utrecht CS. Ten gevolge van het noodweer van de nacht ervoor en de diverse blikseminslagen rijden er geen treinen van en naar het station. Dat dit nu net moet gebeuren! Ga je nooit met de trein, en dan dit. Nou ja, het zal wel overmacht zijn. Het klinkt in ieder geval beter, dan dat ze niet rijden omdat er bladeren op de rails liggen. Haha, dat is zo'n oer stomme reden. Hoe moeilijk kan het nou zijn om die bladeren voor de trein van de rails te blazen, vegen of wat dan ook. Gelukkig gaat er om een uurtje of 12 een trein richting Amersfoort. Alvast een stap in de richting van Meppel. In Amersfoort aangekomen, gaat er bijna direct een trein richting Zwolle. Daar wederom wachten en dan eindelijk naar Meppel, waar een medewerker van het revisiebedrijf Mart van het station ophaalt.

Ze zijn al druk bezig met het inbouwen van de motor, maar redden het helaas niet om vandaag alles af te krijgen. Dan maar weer een nachtje in de camper slapen. Dinsdag gaan ze nog eerder - al om 7:00 uur - weer verder met de motor. Om 14:00 uur zitten alle aansluitingen weer goed vast en wordt het tijd om samen met een monteur de vuurproef van een testrit te maken. Gelukkig blijkt alles in orde te zijn en is het nu zaak om een langere rit te gaan maken in de omgeving. Hierna worden er nog wat testjes gedaan om te kijken of alles echt oké is. Ook deze test doorstaat de DAF met glans en dus kan ons 'huis' weer richting Schoonhoven worden gereden. De motor loopt stiller en soepeler dan ooit tevoren, dus dat voelt heerlijk aan!

Bij terugkeer uit Meppel rijden we de DAF bijna linea recta door naar de volgende garage, ditmaal voor de verplichte APK keuring. Natuurlijk is dat na al het gepleegde onderhoud nog maar een formaliteit en doorstaat de DAF deze met glans. Dan wordt het tijd om toch nog even verder te genieten van onze vrienden en familie en staat er een rij van hele gezellige afspraken voor de deur met BBQ's (waar het wonderwel goed en droog weer is), nog meer lunches en andere ontmoetingen. Zoals iedere keer blijkt, is het niet mogelijk om iedereen te zien om diverse redenen zoals vakanties - jawel, anderen gaan ook lekker op reis - en drukke werkschema's.

En zo breekt de dag aan dat we wederom vertrekken en met een behoorlijke dosis vertrouwen in de DAF en voldoende voedselvoorraden om enkele maanden in het dure Scandinavië te verblijven, onze tocht aanvangen in de richting van de TT in Assen. Onderweg doen we het hele charmante Hattem aan, waar het precies die dag markt is en we lekker in het zonnetje het dorpje gaan verkennen. De volgende stop is wederom de garage in Meppel, ditmaal om de kop te laten natrekken, zoals dat heet in het technisch jargon.

Nu we toch in het Noordoosten van Nederland zijn, wil Mart heel graag weer eens een keertje naar de TT van Assen. Dus zoeken we ergens op de vele weilanden een plekje voor onze camper zodat we de dag erna lopend naar het circuit kunnen. De avond tevoren is er altijd een groot feest, genaamd de nacht van Assen. De hele stad is één grote, feestende mensenmassa die uitgelaten rondlopen op de meest spectaculaire kermis, die we ooit hebben gezien met liters bier onder handbereik. Wij houden ons rustig en eten een heerlijke portie warme poffertjes en lopen naar de diverse poppodia in de binnenstad. Rond 23 uur houden we het voor gezien, zodat we de dag erna nog wat energie hebben voor een lange zit langs het circuit.

Terug bij de camper is er een serieuze brand op nog geen 100 meter van ons huis vandaan. Er staan honderden motoren vlak naast en het is te hopen dat er geen vlammen overslaan. De bomen rondom de vuurplaats vatten al snel vlam en pas na een kwartier komt de eerste brandweerauto in beeld. Zij gaan echter met een 'zielige' anderhalve straal staan blussen en dat schiet niet echt op. Vanuit ons bed kunnen we het eventuele spektakel ook zien, dus we keren terug. Als ik rond 3 uur 's nachts wakker wordt, zijn ze nog steeds aan het blussen.
Zaterdag is het voor de verandering in Nederland eens stralend en perfect weer om een dag buiten door te brengen. De hele dag schijnt de zon en waait er een lekker verkoelend briesje. We genieten van de races, die behoorlijk spannend kunnen zijn, alhoewel het jammer is dat er weinig Nederlandse rijders mee doen. De decibellen schieten ons om de oren en we zijn dan ook blij als we eenmaal terug bij de camper even de stilte op ons kunnen laten inwerken.

Zondag komen we op een via internet gevonden Campingboerderij in Ommen aan, waar we zeer hartelijk welkom worden geheten met kakelverse eitjes van de eigen kippen. We staan hier op een prachtige locatie met de koeien, geitjes, kippen en moestuin om ons heen. 's Middags pakken we de quad naar Lemele, waar we Bert en Trijnie gaan opzoeken, die hier op vakantie zijn. Precies een jaar geleden kwamen zij naar ons in Italië en nu dus even andersom. We genieten nog eenmaal om samen lekker bij te kunnen kletsen en ondertussen smaakt de BBQ ook fantastisch. Een prima afsluiting van een roerige periode in Nederland.